top of page

Aanpassingspijn bij hoogbegaafden

Bijgewerkt op: 18 feb




Klachten

Regelmatig spreek ik hoogbegaafde jongvolwassen cliënten die zich schuldig voelen over de ‘onnodige’ klachten waarmee zij zich ‘aanstellen’. Het gaat bijvoorbeeld om klachten zoals slapeloosheid, angst, stress en neerslachtigheid. Ze voelen zich ‘uit balans’, leggen een hoge lat voor zichzelf, zij zo bang om te falen dat ze niet meer in beweging komen of niet meer stil kunnen zitten, hun hoofd is vol en ze hebben het idee het ‘allemaal niet aan te kunnen’. Ze voelen zich schuldig omdat ze met deze klachten anderen tot last zouden zijn – iets wat ze absoluut niet willen. Daarom onderdrukken ze wat ze voelen en veroordelen zichzelf. Hierdoor belanden ze in een doorlopend patroon van eenzaamheid rondom de ‘ik moet het zelf doen’ overtuiging, waarna er emotionele ‘ontploffingen’ volgen waarmee de omgeving vervolgens geen raad weet. Het gevoel van eenzaamheid wordt hiermee bevestigd.


Afgesneden

Van jongs af aan leren we welk gedrag wel en welk gedrag niet is toegestaan in sociaal contact. Voor het opgroeien van een kind is dit een belangrijke toegevoegde waarde om te leren omgaan met de wereld om je heen. Wanneer er daarnaast voldoende ruimte en stimulans is om je eigen identiteit te ontwikkelen, groei je op tot een volwassene die zich zowel kan verhouden tot de (sociale) wereld en zich met anderen kan verbinden, als dat je zelf tot bloei komt door je authentiek te durven onderscheiden. Er is balans tussen verbondenheid en autonomie.

 

Bij hoogbegaafden valt mij op dat er in dit proces vaak iets niet helemaal lekker loopt. Vanwege de intense manier van leven met lichaam en geest (zie ook hoogbegaafd en hoogsensief), ervaar je vaak weinig spiegeling met anderen. Zeker hoogbegaafde meisjes vallen niet op, omdat meisjes vaker van nature geneigd zijn zich aan te passen (jongens zijn vaker geneigd om tegendraads te worden). Daar komt bij dat deze intense manier van zijn, vaak als ‘irrationeel’ of ‘te’ wordt bestempeld, omdat de verschillen in de wisselwerking tussen de hoogbegaafde persoon en de directe omgeving door beide partijen vaak niet worden begrepen. Om erbij te horen en gezien te worden ‘snijden’ hoogbegaafden daarom stukken af van zichzelf (figuur 1).  


Figuur 1: Frequentie verschillen

In figuur 1 zijn schematisch drie frequentielijnen weergegeven die de manier van denken, voelen en ervaren van verschillende mensen representeren. De gemiddelde frequentie is de oranje frequentie. Mensen die omennabij deze frequentielijn functioneren ontmoeten elkaar gemakkelijk en spiegelen elkaar. Zo leren ze zichzelf en de ander kennen. Zo leren ze de wereld begrijpen en zich ertoe verhouden. Hoe intenser de frequentielijnen (groen of blauw), hoe meer moeite je moet doen om je te spiegelen aan de gemiddelde en meest voorkomende frequentie. Er zijn minder spiegelbeelden op basis waarvan je jezelf en de ander kan leren kennen. Omdat in onze kinderjaren verbinding voor autonomie gaat, is het niet verwonderlijk om de stukken van jezelf die niet binnen de range van de oranje frequentie vallen, weg te knippen. “Vroege emotionele ervaringen vloeien voort uit behoeften die door de omgeving voldaan of gedwarsboomd werden. De omgeving keurt ze goed of af” (Lambrecht, 2022. blz. 72). Zo lijk je de verbinding in stand te kunnen houden. In feite is er sprake van schijnverbinding. Zo’n 80% van de blauwe frequentie moet hiervoor worden weggezet als ‘niet-toegestaan’.

 

Een vertroebeld spiegelbeeld

Deze manier van ‘afsnijdend-aanpassen’ is buitengewoon pijnlijk. Begrijp me goed, het gaat hier niet om beleefde aanpassingen aan de norm door rekening te houden met anderen. Het gaat hier om het wegsnijden van essentiële delen van jezelf. Ik herken het helaas maar al te goed.

 

Mijn leven lang heb ik niet begrepen waarom ik zo vaak verwarring ervaar in sociaal contact. Nu begrijp ik dat er geen sprake was van een frequentieverschil (hier zit overigens geen enkel waardeoordeel aan vast). De prikkel- en emotionele gevoeligheid waarmee ik leef doen me zowel ontploffen van de energie en ideeën, als dat ze me doen uitputten. Dat kan elkaar onverwachts afwisselen; de onuitputtelijke kennishonger naar meer complexiteit werkt afstotend en uit angst om daarin geen sparringpartner te vinden slik ik mijn enthousiasme vaak in; de discrepantie tussen het onvermogen wat ik ervaar vanwege dyslexie in combinatie met een brein wat zo snel verbanden legt dat ik niet te volgen ben voor anderen, deed me overtuigen dat ik helemaal niks kon; de soms bizarre moeite die ik moet doen om simpele dingen te begrijpen en het gemak waarmee ik gelaagdheid omarm, doen mij nog altijd het gevoel geven dat er iets mis is met mij.

 

Vele jaren heb ik mijn best gedaan om me aan te passen in de zoektocht naar evenredige spiegeling – een stille en stervende hoop op het vinden van verbinding - alles met als doel om erbij te horen. Aanpassen leek de enige oplossing en dat maakte mij diep bedroeft en eenzaam (zie ook Bestaansrecht). Zo sloop de overtuiging erin dat ik alleen kon bestaan wanneer ik zo zou zijn als anderen. Mijn waarde en identiteit zou afhangen van ‘gezien worden’. Gelukkig weet ik inmiddels beter.

 

Aanpassingspijn bij hoogbegaafden

Dit patroon zie ik ook bij veel van mijn cliënten – met allerlei risico’s en gevolgen van dien. Met psychische en psychiatrische klachten zijn hoogbegaafden vaker dan gemiddeld bekend. Van depressie tot paniekaanvallen en van verslaving tot dissociatiestoornissen. Alles om maar niet te hoeven ervaren hoe eenzaam het leven is – terwijl je zo je best doet om erbij te horen.


Lichamelijk zorgt het onderdrukken van kanten van jezelf daarnaast voor onbewuste chronische stress die je lijf van binnenuit letterlijk ziek kan maken. Chronische stress bevorderd de cel degradatie en belemmert het cel-herstel. Bijvoorbeeld kankercellen worden hierdoor uiteindelijk minder goed opgeruimd met alle gevolgen van dien. Met grote waarschijnlijkheid heeft het onderdrukken van essentiële kanten van mijzelf bijgedragen aan de chronische ziekte die ik heb en de chronische pijn die ik dagelijks ervaar (zie ook Gezondheid ondanks ziekte). Op momenten dat ik hierbij stil durf te staan, vind ik dat buitengewoon schrijnend.

 

Wat niet-toegestaan is, schreeuwt om gezien te worden

De psychische en lichamelijke symptomen zijn dus geen probleem in zichzelf, maar een uiting van het feit dat je ziek wordt van het afsnijden van essentiële kanten van jezelf. Gelukkig biedt het leven kansen om alles wat niet is afgemaakt alsnog af te maken (zie ook Emotionele afronding en Een existentiële zoektocht naar normaal gedrag). De symptomen die ik ervoer en die ik bij mijn cliënten zie zijn daarom geen probleem, maar een oprechte schreeuw om aandacht. Het lichaam en het leven vragen erom de kanten die naar de achtergrond zijn verbannen, alsnog zichtbaar te maken. Je bent ermee geboren dus je mag het gebruiken!  


Van aanpassingspijn naar authentieke verbinding

Hoe doe je dat nu? De kanten ontdekken en laten zien die ‘niet-toegestaan’ lijken te zijn in contact en waardoor je altijd een gevoel van vervreemding hebt ervaren in relatie tot anderen?

 

Allereerst door je bewust te worden van het feit dat aanpassing is wat je nodig had om te komen waar je nu bent. Aanpassen was jouw manier om te overleven en dat heb slim gedaan. Vanuit dit bewustzijn en de acceptatie daarvan, ontstaat er ruimte voor iets nieuws – het creatieve midden wordt ervaarbaar (zie ook Het creatieve midden). Hoe dat ‘nieuwe’ er voor jou concreet uitziet weet ik natuurlijk niet. Voor mijzelf gaat het om de zoektocht naar wat mijn plek echt is. Ik sta mijzelf toe om te zijn met alles wat daarbij hoort – niet meer en niet minder, maar precies genoeg. Dat wil zeggen dat ik af durf te wijken, zonder dat ik dit veroordeel van mijzelf. Het leuke hieraan is ik anderen hier indirect ook mee toesta af te wijken. Dit biedt de kans om elkaar echt tegen te komen in plaats van dat we ons terugtrekken op ons eigen eenzame eilandje (figuur 2), of alleen maar bezig zijn met de plek van de ander (figuur 3). Door mezelf te zijn met alles wat erbij hoort, kan ik jouw tegenkomen op de contactgrens (figuur 4). En dat maakt het leven een stuk relaxter.


Benieuwd naar hoe we samen onbegrepen kunnen zijn? Ik sta altijd open voor een vrijblijvende kennismaking.

 

Figuur 2: Eenzame eilandjes

Bovenstaande figuur geeft twee posities weer. Die van die van jezelf en die van de ander. Wanneer jij je terugtrekt omdat je denkt dat niemand je begrijpt, sluit je de ander buiten. Hierdoor ontstaat er afstand, waardoor je onbereikbaar en eenzaam wordt. Je hoeft je niet gezien en kan de ander ook niet meer zien. De eenzaamheid kan zo hardnekkig zijn dat je erin verdrinkt (verlammend zelfmedelijden) – dit wakkert het verlangen aan voor versmelting.

 



Figuur 3: Versmelting

Bovenstaande figuur geeft twee posities weer. Die van die van jezelf en die van de ander. Wanneer je altijd bezig bent met wat de ander nodig heeft of wat de ander van je vindt omdat je er zelf graag bij wil horen, ga ja als het ware op de stoel van de ander zitten. De ander zit hier niet altijd op te wachten. Daarnaast komt je eigen stoel leeg te staan. Het risico wat je dan loopt is dat iemand anders op jouw stoel gaat zitten, bijvoorbeeld door het oordeel van de ander te persoonlijk te maken. Het voelt dan alsof de ander over je heen loopt. Hierdoor loop je het risico dat je identiteit wordt bepaald door de mening van de ander, waardoor je zelf verdwijnt. Dit kan niemand eeuwig uithouden, waardoor je uiteindelijk uit contact gaat – dit wakkert het verlangen naar je eenzame eilandje aan.

 


Figuur 4: Contactgrens

Wanneer jij op jouw plek zit, kan de ander op diens plek zitten. Je bent dan allebei wie je bent met alles wat daarbij hoort en je kan elkaar tegenkomen vanuit een gelijkwaardige positie – ongeacht de verschillen die jullie kenmerkt.

 

 

 

 

Geïnspireerd door:

-              Bouwkamp

-              Garbor Mate

-              Gestaltpsychologie

-              Psychoneuroimmunologie

 

Comments


bottom of page