top of page

Meedoen zoals het moet, of met alles wat erbij hoort?

Bijgewerkt op: 26 mrt

Net even anders is net even niet

Hoewel ik het had zien aankomen, kwam het als een schok. Was ik te eerlijk geweest? Had ik mijn voormalige probleem groter gemaakt dan nodig? Had ik mezelf onbewust laten zien als de persoon die ‘niks aankan’? Of was hier sprake van onrechtvaardigheid? Discriminatie zelfs? Hadden zij een blinde vlek?  

 

Na drie maanden wachten en het delen van allerlei persoonlijke medische informatie, kreeg ik van de verzekeringsarts te horen dat ze de verzekeraar afraden een arbeidsongeschiktheidsverzekering aan mij te verstrekken. ‘Er is door uw psychische voorgeschiedenis sprake van een sterk verhoogd verzekeringsrisico. Helaas moet ik daarom aan de verzekeraar adviseren om u de gevraagde verzekering niet aan te bieden’.

 

Een stroomstoot ging door mijn lijf. Omdat ik in een split second op de feiten van de bittere waarheid werd gedrukt. Helaas, wanneer je leven ‘net even anders’ is gelopen dan meritocratisch geïmpliceerd, val je buiten de boot.


Ik mag meedoen, als ik was zoals het ‘moest’

Ik heb mijzelf jarenlang gereduceerd tot een wandelend probleem. Ik zag mezelf een parasiet die gefikst moest worden van een of andere aandoening. Het was op sommige momenten vrij radicaal en meestal op z’n minst zelf ondermijnend. Zo diep zat de overtuiging dat er iets grondig mis was met mij (lees hierover ook het artikel ‘Aanpassingspijn’).

 

Inmiddels ervaar ik steeds dieper dat dit beeld eenzijdig, beperkt en irrelevant is. Ja, natuurlijk lopen we er allemaal wel eens tegen onszelf aan en ongetwijfeld bestaan er constructievere gedragingen dan we altijd laten zien. Maar dat wil nog niet zeggen dat je een probleem bent. Veel vaker loop je iets op in de wisselwerking tussen jezelf en de omgeving of de persoon tegenover je. Dat betekent niet dat je jezelf moet ‘herstellen’ van een slechtaardig gezwel. Dat betekent wel dat je elkaar misloopt vanwege een mismatch tussen gedrag en ervaring. Dat is dan wat het is – voor dat moment.

 

Toch werd dat beeld dat ik een wandelend probleem ben, nu aangeraakt. Heel even leek het weer de volledige waarheid van mijn identiteit te vormen. Vanuit het beperkte perspectief van een ‘klachtenoverzicht’ met een impliciet daaraan gekoppeld mensbeeld dat mensen niet veranderen en altijd in ‘dezelfde fouten’ trappen, voelde het alsof ik buitenspel werd gezet. En hoewel ik de integriteit van de arts proef en in het bericht lees dat er zelfs een second-opinion is geweest, is het ook alsof hiermee gezegd wordt dat ik ‘niet mee mag doen’. Voor de zoveelste keer mag ik niet meedoen met alles wat erbij hoort. Ik had alleen mee mogen doen, als ik was zoals het moest – ofzo? Moest, volgens wie?


Het verschil dwingt tot een norm

Ik begrijp dat er een bepaalde duidelijkheid moet zijn over ‘wanneer’ en de ‘manier waarop’ je meedoet, wanneer we samenleven in een samenleving. Vanuit ons oerverlangen naar verbondenheid, zoeken we steeds naar houvast over wat ons bindt. Zo weten we waar we aan toe zijn en zo weet je precies wat je kan doen om ‘erbij te horen’ en ‘mee te doen’ – ondanks verschillen.

 

Het verschil tussen mensen dwingt ons tot het construeren van een gezamenlijke norm. De norm is voorwaarde om vanuit het oerverlangen naar verbondenheid en de onzekerheden rondom dit verlangen, samen te werken. We moeten het verschil tussen mogelijkheden, kunnen, behoeftes, verlangens, wensen, grenzen, ervaringen, gewoonten, etc. overbruggen met iets wat ons bindt. Of je het nu leuk vindt of niet, we zijn als mensen afhankelijk van elkaar. We hebben een constructieve wisselwerking nodig tussen onszelf en onze omgeving om te kunnen overleven. Anders lopen we het risico op onszelf te zijn aangewezen en dat is in potentie dodelijk (lees hierover het artikel ‘Een existentiële zoektocht naar normaal gedrag’). Vanuit de zekerheid van de norm, krijgen we grip op de complexe wisselwerking tussen verschillende mensen. Het geeft structuur, duidelijkheid en houvast.


De norm als universele waarheid

Het construeren van een norm is een universeel menselijk gegeven voor groepen mensen die samen iets ondernemen. Het geven van een waardeoordeel over het bestaan van een norm, is daarom simpelweg niet mogelijk.

 

‘De norm’ wordt echter spannend wanneer dit een maatstaf wordt waaraan mensen hun bestaansrecht – volgens de norm – moeten ontlenen. Het wordt dan een universele waarheid – althans, volgens de mensen die zich scharen achter de betreffende norm. Neem bijvoorbeeld de meritocratische samenleving, waarin mensen op z’n minst hun positie en op z’n triests hun existentie ontlenen aan hun verdiensten. ‘Je mag er zijn als je succes hebt of succesvol bent in de economische zin van het woord’. Dit is een onwijs pijnlijke norm, omdat het geen ruimte biedt voor wie je echt bent maar enkel aandacht heeft voor hoe je zou moeten zijn.

 

De norm als universele waarheid heeft tot gevolg dat mensen iemand proberen te worden die ze niet zijn. Het opofferen van je uniekheid voor de norm en je bestaansrecht laten afhangen van de norm, is – zoals genoemd – niet de initiële intentie van het ‘oprichten’ van een norm. De norm als universele waarheid heeft daarnaast ook tot gevolg dat we elkaar uitsluiten. Wie niet voldoet, redt zichzelf maar. Te bang om onze positie en zekerheden te verliezen, verzanden we onbewust en impliciet in een wij-zij denken. We weten verschillen niet meer op een constructieve manier in de norm te integreren, maar veroordelen verschillen met een beroep op de norm.

 

Wat betekent het dan om mee te willen en mogen doen, als we niet onder het bestaan van de norm uitkunnen en de consequenties ervan dodelijk kunnen zijn? Hoe kunnen we dan wel met de norm omgaan?

 

Vijf manieren van omgang met de norm

Geïnspireerd op de theorie van de psychiater Dąbrowski onderscheid ik vijf manieren van omgang met jezelf in relatie tot de norm[1].

 

De norm is normatief

De eerste manier gaat ervan uit dat de norm heeft betrekking op het voorbeeld hierboven. Vanuit hier zie je de norm als universele waarheid op zichzelf. We kijken dan niet meer naar de norm als een menselijke uitingsvorm van behoeften aan ‘verbondenheid’, ‘erbij horen’, ‘meedoen’, ‘grip’ en ‘contact’, maar beoordelen ons bestaansrecht en dat van de ander op basis van de norm. Gedrag en persoon worden één. ‘Waarom is dit gedrag goed, omdat het de norm is. Waarom is dit de norm, omdat dit gedrag goed is’. Je mag meedoen als je met jouw gedrag aan de norm voldoet.

 

De norm is conflict   

De tweede manier van omgaan met de norm, is door je ertegen te verzetten. Alles aan de norm is verkeerd. Hierin heeft het oordeel de overhand. Dit maakt dat ofwel de mensen die zich aan de norm houden verkeerd zijn, of dat je jezelf constant veroordeeld voor het ‘afwijken van de norm’. Je blijft hierin zoeken naar bevestiging van mensen die er net zo denken als jijzelf. Tegelijkertijd heb je geen idee van de waarden waar je zelf voor staat. In feite ontleen je jouw bestaansrecht nog steeds aan een norm en aan ‘juist’ gedrag – al zij het niet deze norm en niet dit gedrag.

 

Dit kan doorslaan in negatieve onaangepastheid, waarbij je alleen voor je eigen afwijkende positie gaat en zonder oog te hebben over de behoeften en perspectieven van anderen. Het is eenzaam contact.

 

De norm is duaal

De derde manier van omgaan met de norm is door de dualiteiten op te merken waartussen je beweegt. Je hebt oog voor de waarden waarop de norm oorspronkelijk gebaseerd was en voor de redenen voor jouw conflict hierover. Je ziet beide kanten. Je bent echter nog niet in staat houvast te vinden tussen deze kanten. Vanuit het inzicht in de dualiteit, ontstaat echter wel een fundament voor de waarden waar je voor wil staan.

 

Hoewel je begint in te zien dat je bestaansrecht en dat van de ander losstaat van gedrag, mening, inzicht en ervaringen en dat je verschillen tussen mensen nodig hebt voor het maken van verbinding, lukt het nog niet altijd om hiernaar te handelen. Het daadwerkelijk afwijken van de norm, vanuit het besef dat jouw bestaan hier niet vanaf hangt, gaat gepaard met angst.

 

De norm is dialectisch

De vierde manier van omgaan met de norm is met dialectiek. Dit wil zeggen dat er dialoog plaatsvindt tussen de dualiteiten. Je ziet ze niet meer als elkaar uitsluitende tegenstellingen waartussen je moet kiezen, maar weet ze met elkaar te integreren.

 

Vanuit hier besef je dat het bestaansrecht van mensen losstaat van het gedrag wat ze vertonen. Of je nu wel of niet voldoet aan de norm, je mag een waardige plek innemen in de wereld. Vanuit dit besef bouw je waarden op van waaruit je kan handelen. Je hebt hierin oog voor zowel jezelf als de ander. De ander de ook anders is. Je durft positief onaangepast te zijn ten aanzien van de norm, omdat niet de norm maar de mens leidend is.  

 

De norm is wat is

De vijfde manier van omgaan met de norm is haast bovenmenselijk. Hierin handel je vanuit wat is, heb je volmaakt oog voor het verschil zonder oordeel en weet je in de essentie verbinding te leggen. Het beste voorbeeld van iemand die dit deelde is Jezus. Hij had buitengewoon respect voor zichzelf en voor de ander en kon zichzelf vanuit daar opofferen – zonder hier status aan te hoeven ontlenen. Vanuit dit perspectief hebben mensen waarde omdat ze zijn en de menselijke identiteit is geworteld in het grotere geheel, in plaats van in het zelf.

 

Je ziet een zekere ontwikkeling in bovenstaande vormen van omgaan met de norm. Waar mensen zich eerst afhankelijk opstellen kunnen ze zich ontwikkelen tot een stevig persoon met een verankerde identiteit. Hiermee wil ik niet zeggen dat je jouw morele kader uit jezelf moet halen en dat het daarmee draait om een individualistische manier van kijken naar de wereld. Wat mij betreft kan je prima het kader van de norm volgen, als je de persoon en diens gedrag maar van elkaar weet te scheiden en iedereen een plek gunt.

 

Ik kan meedoen, met alles wat erbij hoort

Terug naar het voorbeeld uit de inleiding, waarin ik deelde over mijn gevoelens van uitsluiting omdat ik niet voldoe aan de vooropgestelde kaders. Op het moment dat ik het bericht las ging er een gesmoorde kreet van kwetsing door mij heen omdat ik weer niet voldeed. Ik was boos omdat ik mij gereduceerd voelde tot mijn ‘probleemgeschiedenis’.


Ik ontmoet daarnaast nu ook een stevig ander geluid, terwijl ik vroeger maanden van slag zou zijn geweest omdat ik mijn bestaansrecht ontleende aan het ‘voldoen’. Nu merk ik dat ik oké ben met mezelf en mij daarom op een diepere laag niet afhankelijk voel van het bericht van deze verzekeringsarts. Ik ben gewoon oké met alles wat erbij hoort en daar neem ik verantwoordelijkheid voor. Hoe pijnlijk en confronterend ook is (lees hierover het artikel ‘Het accepteren van mijn Ferrari motor’).


Mijn persoon en mijn gedrag staan los van elkaar. Daarom heb ik ook geen zin meer in meritocratische schijn, maar leef ik mijn leven op mijn eigen manier. Ik wil niet meer worden zoals het ‘moet’, maar genieten van wat ik gekregen heb. Voor mij geldt hierin dat ik de ruimte en vrijheid pak om mijn werk zelf in te richten, zodat ik mijn grensen in acht kan nemen en mijn kracht kan inzetten. Dat werkt niet in loondienst - waar contracturen en onvrijwillige verplichtingen onderdeel zijn van mijn week. Door als zzp'er te werken pak ik passende ruimte, waardoor ik kan meedoen - met of zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering.


En mocht ik nog weer uitvallen? Dan vertrouw ik erop dat ik het kan dragen of op andere manieren om hulp durf te vragen.

 

Om te mogen bestaan

Hoef ik niet te zijn zoals het ‘moet’

Om te mogen bestaan

Hoef ik niks te fixen

 

Om te kunnen bestaan

Heb ik te leven met mijzelf

Om te kunnen bestaan

Heb ik dat wat er is te ontmoeten

 

Wanneer wij bestaan

Ben ik er met mijn verschil van jou

Ben jij er met jouw verschil van mij

Wanneer wij bestaan

Zoeken we contact in het verschil

En bouwen we vanuit daar aan ons gezamelijk zijn

 

Meedoen is bestaan

Ik

Jij

Wij





[1] Deze theorie is veel uitgebreider dan ik hier beschrijf. Voor meer informatie kan je kijken op www.positievedesintegratie.nl 

Comentarios


bottom of page